Bel 0800-0188
Gratis (en anoniem)
Chat met CSG
Gratis (en anoniem)

Het verhaal van Susanna

De vader van Susanna pleegde als huisarts ontucht met zijn patiënten. Hoe is het om kind van zo’n hulpverlener te zijn?

‘Ik schaam mij diep dat ik een kind ben van een hulpverlener die zijn beroep niet heeft waargemaakt'

In de periode van 1982 – 1992 heeft verweerder met tenminste vier van zijn vrouwelijke patiënten sexuele handelingen verricht, nadat zij zich met een hulpvraag in de psycho-sociale of psycho-sexuele sfeer zich als patiënte tot hem hadden gewend. Bij deze handelingen wendde verweerder therapeutische doeleinden voor: zo zou hij de gedachte bij die patiënten hebben doen postvatten als zou hij bevoegd zijn geweest haptonomische behandelingen uit te voeren. Verweerder was daartoe echter niet gekwalificeerd. 
De genoemde pseudo-therapeutische ‘behandelingen’ spitsten zich toe op aanrakingen en strelingen van erogene zones, bij één of meer patiëntes leidend tot een eenmalig of herhaald uitgevoerde coïtus. Deze behandelingen vonden ook plaats in verweerders praktijkruimte en tijdens door andere patiënten bezochte spreekuren alsmede bij de patiëntes thuis.
(Uit: Staatscourant 1996, nr. 26/pag. 9)

Als kind speelde ik graag in de serre met mijn Playmobil. In de serre keek ik uit over de tuin. Aan de andere kant van de muur van de serre was de spreekkamer van mijn vader. Soms hoorde ik hem praten. Natuurlijk hoorde ik niet wat hij zei. Ik hoorde klanken en geluiden. Ik was trots op mijn vader. Want hij was dokter. Hij maakte mensen weer beter.

Ik ben geboren en getogen in een huisartsenpraktijk. Een woning met een praktijk midden door het huis heen. Patiënten kon ik tegen komen in de gang. Maar dat was niet de bedoeling. Dus was ik altijd alert of er iemand in de gang liep. Het toilet beneden was voor de patiënten en het toilet boven voor onszelf. De telefoon rinkelde altijd en er werd 24/7 gewerkt. Ik wist niet beter en het was oké. Totdat in september 1993, ik was toen 14 jaar oud, deze wereld instortte. In alle kranten stond wat later in de Staatscourant geschreven werd. Hierboven is een klein gedeelte geciteerd. De realiteit achter de muur van de serre bleek opeens heel anders te zijn.

Steun
Mijn vader verdween uit mijn leven. Het achtergebleven gezin stortte in een armoedeval. Mijn moeder had op een gegeven moment 5 banen en werkte continu om maar uit de bijstand te blijven. Ik ben de accountant, die naast mijn moeder bleef staan voor financiële advisering, nog steeds diep dankbaar. Net als de collega-huisartsen, die omwille van het gezin een geldbedrag brachten. We hadden het niet gered zonder deze steun. Net zo goed als dat we het niet gered hadden zonder de praktische steun van mensen van de kerkelijke gemeente toen we moesten verhuizen of de steun van goede vrienden. Er was een vangnet. Daardoor kon ik mijn middelbare school afmaken en uiteindelijk studeren.

Waar praktische steun aanwezig was, werd psychologische steun een zoektocht. Een zoektocht van al 30 jaar. Ik was 16 jaar oud toen ik zelf een afspraak maakte met maatschappelijk werk. Ik zie me nog zitten tegenover de vrouw. Mijn hoofd tolde. Ik wist niet waar ik moest beginnen. Na een half uur hoorde ik de vrouw zeggen: ‘Ja, als je niks zegt, kan ik ook niks voor je betekenen’. Dus ik stapte over mezelf heen en vertelde het verhaal over mijn vader.

De keer er op zat ik bij de Riagg. Bij een man van de leeftijd van mijn vader. Een psycholoog. Ik voelde me onveilig. De Riagg was de plek waar de vrouwelijke patiënten hun verhaal hadden gedaan. Daar was de zaak aan het licht gekomen. Voor mijn gevoel zat ik in het hol van de leeuw. Punt was ook dat ik mij geen slachtoffer voelde. Slachtoffer, dat zijn de patiënten van mijn vader.

‘Opeens herkenden mensen mij in de winkel waar ik werkte aan mijn naamkaartje. Dat was toch de naam van ‘die dokter’?'

Verdrietig en verward

Maar ik voelde me wel verdrietig en verward. Want zeg nou zelf. Je vader zal maar opeens negatief in de publiciteit verschijnen. Ik werd opeens toen het net gebeurd was door de vrouw van de dominee van het station afgehaald. Want dat was veiliger. Hoezo? Werden we bedreigd dan? Opeens herkenden mensen mij in de Albert Heijn, waar ik werkte als kassière, aan mijn naamkaartje. Want dat was toch de naam van ‘die dokter’?

Door de situatie in de Albert Heijn besloot ik mijn achternaam te veranderen in de naam van mijn moeder. De psycholoog van de Riagg wilde daar niet aan meewerken. Mijn nieuwe huisarts gelukkig wel. Bij Koninklijk Besluit werd in 1997 mijn achternaam gewijzigd.

Dat gaf ruimte en lucht en een gevoel van veiligheid. Maar binnen in mij woedde nog steeds het trauma. Bij mij werd een chronische darmontsteking ontdekt op mijn 22e. Waarbij de MDL-arts veel later voorzichtig benoemde dat de onveilige en stressvolle omgeving vroeger thuis daar mogelijk ook een aandeel in heeft gehad. Ik kreeg medicatie om de darmontsteking te bedwingen. Maar ik kon niet tegen deze medicatie. Ik sloeg er van uit het lood en belandde zelfs op de PAAZ (Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis) na een suïcidepoging.

Ik heb nooit ervaren dat mijn fysieke en psychische gezondheid in samenhang met elkaar werden behandeld. Mijn fysieke gezondheid werd uitstekend in de gaten gehouden. Maar voor mijn mentale gezondheid jojode ik jarenlang van intake naar intake. Een psychiater weigerde mij. Hij wilde mij niet afhankelijk maken van de GGZ. Hij zei letterlijk: ‘Je moet er maar mee leren leven’. Gelukkig regelde een verpleegkundige toen dat ik een luisterend oor vond bij een praktijkondersteuner.

Trauma
Pas op mijn 43e benoemde een psycholoog in een revalidatiekliniek ter behandeling van chronische pijn mijn verhaal als trauma. Ik werd weer na een intake en wat gesprekken afgewezen. Ik moest eerst iets gaan doen met lichaamsgerichte therapie in de GGZ. Maar daar was ik geweigerd. Toen ben ik in opstand gekomen en heb ik mijn eigen gezondheidsplan geschreven met oog voor lichaam en geest. Het kostte me klauwen met geld, maar gaf me wel mijn eigen regie en autonomie terug.

Wat mij ook verder heeft geholpen zijn de gesprekken met een supervisor in het kader van mijn beroep als geestelijk verzorger. De focus in deze gesprekken lag op identiteit. Logisch toch? In mijn levensverhaal was mijn identiteit beschadigd.

Ook werd ik Luisterend Schrijver bij Stichting (Gelijk)Waardig Herstel en schreef ik een Feitenrelaas op van een gedupeerde ouder van het Toeslagenschandaal. In dit Feitenrelaas staat het verhaal van de gedupeerde ouder centraal. Dat was een eyeopener voor mij. Hoe zou mijn verhaal zijn als ik het niet opschreef vanuit het perspectief van de spreekkamer, maar vanuit mijn eigen perspectief? Die vraag verdreef me uit de spreekkamer en ik ontdekte de serre. Ik in de serre met mijn Playmobil.

'Mijn trauma voelt als een vijver, waarvan ik eindelijk na dertig jaar de gehele omtrek kan overzien.'

Tekenen
Ik begon te tekenen. Ik tekende een heel schetsboek vol. Zo maar, spontaan. De eerste tekening was een poppetje zonder gezicht in de serre. De laatste tekening was een poppetje met een lachend gezichtje in mijn huidige woonkamer. Door de tekeningen ontdekte ik dat ik door het trauma gezichtsverlies had geleden. Toen kon ik ook de suïcidepoging beter begrijpen. Ik voelde heling door de tekeningen. Waar cognitieve gedragstherapie niet bij het vroegkinderlijk trauma kon komen, konden mijn tekeningen dat wel.

Mijn trauma voelt als een vijver, waarvan ik eindelijk na dertig jaar de gehele omtrek kan overzien. Ik weet, zeg maar, hoe groot de vijver is. Ik ben er helemaal omheen gewandeld. Het voelt aan de ene kant zuur dat dit 30 jaar heeft moeten duren. Aan de andere kant kan ik nu ook de zwaarte van het verdriet voelen. Ik besef dat ik dat verdriet als kind niet had kunnen dragen.

Als volwassene lukt dat beter. Al voel ik nog niet altijd de volle omvang van het verdriet. Ik weet nu de omtrek van de vijver. Maar durf ik er ook in te stappen? Misschien wel alleen met lotgenoten. Ik heb jaren gedacht dat ik één van de weinigen was die zoiets heeft meegemaakt. Maar als ik de uitspraken van het Medisch Tuchtcollege zie, dan moeten er veel meer kinderen van hulpverleners zijn die door het Medisch Tuchtcollege zijn berispt.

Schaamte
Ik schaam mij diep dat ik een kind ben van een hulpverlener die zijn beroep niet heeft waargemaakt. Ik ben de vrouwelijke patiënten, die aangifte deden tegen mijn vader, diep dankbaar. Zij maakten in de allereerste plaats een einde aan een zeer kwalijke situatie richting henzelf, maar ze hebben daarmee ook mij uit een onveilige privésituatie gehaald.
Daar hebben hulpverleners mij bijna nooit naar gevraagd. Dat vind ik veelzeggend.

Denk jij wel eens aan zelfdoding? Bel dan: 0800-0113 of chat via 113.nl. Kijk voor meer informatie op www.113.nl.

Oproep van Susanna

Mocht jij een kind zijn van een hulpverlener die door het Medisch Tuchtcollege is berispt, dan zou ik graag met je in contact willen komen om onze verhalen te delen. Je kunt daarvoor een mailtje sturen naar Centrum Seksueel Geweld. Zij brengen ons dan met elkaar in contact. Misschien kunnen we een lotgenotengroep starten en iets betekenen op het gebied van gespecialiseerde hulpverlening voor deze doelgroep.

Heb jij hulp nodig?

Heb jij ook een nare seksuele ervaring gehad of seksueel misbruik meegemaakt en heb je hulp of advies nodig? Neem dan contact op met het Centrum Seksueel Geweld. Het maakt niet uit of het nu kort of lang(er) geleden is gebeurd. Ook als de ervaring online was, kun je bij ons terecht. Wij zijn er voor jou!