Het verhaal van Evelyn

De Belgische Evelyn (29) werd als kind mishandeld en verwaarloosd door haar ouders. Daarnaast werd ze seksueel misbruikt door haar broers. Binnenkort krijgt ze euthanasie.

‘Ik wil niet dood, maar ik wil deze dagelijkse strijd niet meer’

‘Ik was vijf jaar oud toen mijn broers aan me begonnen te zitten; als kind wist ik niet beter, stelde er nooit vragen over. In het begin was het misschien nog redelijk onschuldig, iets wat kinderen van die leeftijd met elkaar doen. Maar in de jaren die volgden ontspoorde het tot structureel en heftig seksueel misbruik. Het werd steeds heftiger, het begon pijn te doen. Ik wilde niet meer, maar mijn broers gingen er gewoon mee door. Ze waren meesters in manipuleren. Ze gaven me snoep als beloning voor het misbruik, terwijl ik van mijn ouders geen snoep mocht hebben. Mijn broers zeiden iedere keer dat ze me zouden verklikken bij mijn vader. De gevolgen daarvan leken me groter dan het toelaten van het misbruik, dus hield ik mijn mond.

Op mijn elfde vertelde ik iets over het misbruik aan een hulpverlener, maar daar werd helemaal niets mee gedaan. Op dat moment wist ik het helemaal zeker: ik moet dit voor mezelf houden. En dat heb ik jarenlang gedaan, altijd bang om niet geloofd te worden. Toen ik in mijn tienertijd nogmaals over het misbruik begon bij hulpverleners, werd het opnieuw geminimaliseerd. Ooit vroeg ik een hulpverlener: geloof je mij? Dat doet er niet toe, zei die toen. Maar já, dat doet er wél toe! Het is vreselijk om niet geloofd te worden.

Mijn vader ontkent nog altijd dat hij van het misbruik wist – mijn moeder leeft niet meer – maar volgens mij hebben hij en mijn moeder ervan geweten. We zijn minimaal twee keer betrapt door mijn ouders en mijn vader kwam vaak nét iets te laat binnen – op het moment dat ik mijn kleding alweer aan had. Dat laat mij niet los. Waarom hebben ze nooit ingegrepen?

Stoppen van het misbruik
Op mijn twaalfde stopte het misbruik, heel geleidelijk. Waarom precies weet ik nog altijd niet zeker, maar tijdens het verhoor dat mijn broers jaren later bij de politie hadden, gaven ze aan dat ze steeds meer beseften dat wat ze deden niet normaal en niet oké was. Ik kan daar niets mee. Ze hadden moeten stoppen op het moment dat ik aangaf dat ik het niet meer wilde.

Pas op mijn veertiende kwam bij mij het besef dat ik al die tijd was verkracht. Dat was in de periode dat ik in de psychiatrie belandde, in een jeugdinstelling. Het was er vreselijk. Een koude, kille bedoening. Zelfs een schouderklopje kon er niet vanaf. Ik kon uren aaneen hartverscheurend huilen, maar niemand die me kwam troosten. En om het minste vloog je de isoleercel in. Wie verzint het? Ik vraag me wel eens af hoe het nu met me was geweest als ze me toen liefdevol hadden opgevangen, en als ze me hadden geleerd dat aanraking ook positief kan zijn.

‘Mijn broers hebben geen idee van de impact van het misbruik.'

Naar de politie

Omdat ik bang was dat mijn broers andere kinderen zouden gaan misbruiken, bijvoorbeeld hun eigen kinderen, ben ik op mijn zestiende naar de politie gestapt. Ik vroeg ze om een notitie te maken van het misbruik, maar ze namen me niet serieus. Pas op mijn negentiende, toen ik voor de derde keer ging, geloofden ze mijn verhaal. Mijn broers zijn toen wel gehoord, en ze hebben het misbruik deels toegegeven, maar het was te laat voor een vervolging. Had de politie mij drie jaar eerder wel geloofd, dan hadden mijn broers wél straf gekregen. Nu werd de zaak geseponeerd.

Contact met mijn broers heb ik niet. Ze hebben geen idee van de impact van het misbruik. In de politierapporten las ik terug dat ze hadden gezegd dat er ergere dingen waren dan misbruik. Zij zullen nooit begrijpen wat het met mij heeft gedaan. Soms heb ik de behoefte aan wraak; in gedachte heb ik al heel wat marteltechnieken op ze losgelaten. Desondanks weet ik ook dat zij niet de grootste boosdoeners zijn van mijn mentale problemen. Zij waren ook nog maar kinderen toen het misbruik plaatsvond. Ik neem het mijn ouders kwalijk dat ze mij op de wereld hebben gezet in een thuissituatie waar ik werd mishandeld en verwaarloosd.

Gevolgen van het misbruik

Na jarenlange therapie gaat het nog altijd niet goed met me. De gevolgen van het misbruik zijn eindeloos, iedere dag is een strijd. Het schuldgevoel richting mezelf is groot; ik nam immers zelf steeds snoep van mijn broers aan in ruil voor de dingen die ze met me deden. Ook voel ik een enorme druk om te doen wat de maatschappij van me verlangt, meedoen, werken zonder uit te vallen, maar het gaat niet. Ik verafschuw mezelf, mijn eigen lichaam. Ik voel me vies en accepteer mezelf niet als vrouw. Let wel, ik wil absoluut geen man zijn, maar ik wil ook niet dat mensen zien dat ik een vrouw ben. Ik ben er namelijk van overtuigd dat alle mannen potentiële misbruikers zijn, dat alle mannen zo denken en doen, terwijl ik rationeel gezien heel goed weet dat het niet zo is.


Door mijn angsten om op nieuw misbruikt te worden leef ik veel in de vermijding. Zo kom ik nooit in een zwembad terwijl ik heel graag zwem. Een van mijn broers werkt in een zwembad en ik ben doodsbang dat ik hem tegen zal komen. Voor mij is het daar nooit veilig.
Een ander gevolg van het misbruik is dat ik moeite heb met aanraking. Doktersafspraken lukken daardoor niet of niet goed. Een tijdje geleden moest ik naar de gynaecoloog; twee weken lang heb ik vooraf kalmerende middelen geslikt om nog enigszins te kunnen slapen en te functioneren.

Dan nog mijn werk. Ik werk met kinderen en als ik een kindje een schone luier geef, ben ik altijd bang dat ik fout overkom bij anderen. Dat ze een misbruiker in mij zien. En door mijn eigen ervaringen met misbruik, ben ik extra scherp op signalen bij de kinderen. Toch heb ik moeite om die te benoemen bij de ouders. Ik durf er niet met ze over te praten, terwijl ik ook had gewild dat iemand dat voor mij had gedaan op het moment dat het misbruik plaatsvond. Dan was het misschien eerder gestopt. Dit soort dingen vormen een doorgaande innerlijke strijd.

'Het klinkt gek, maar voor mijn eigen gevoel kan ik na mijn dood eindelijk beginnen met ademhalen.'

Levenseinde

Twintig jaar lang heb ik therapie gehad. Ik ging van de ene opname naar de andere, omdat ik het leven niet meer aankon. Voor niks, zo voelt het nu, want het gaat nog altijd niet goed. Al die tijd heb ik geprobeerd om gelukkig te zijn, maar het lukt me maar niet. Op de vraag waarom dat zo is, heb ik geen antwoord.

Twee jaar terug besloot ik om niet meer te willen leven. Toen mijn therapeut, die ik al vier jaar zag, zei dat er voor mij waarschijnlijk geen verbetering meer mogelijk is, dacht ik: als dit het is, wil ik niet meer. Ik wil niet dood, maar ik wil deze dagelijkse strijd niet meer. Ik heb op het punt gestaan om mezelf van het leven te beroven, maar op die manier ben ik ook mijn moeder verloren. Een tweede zelfmoord wil ik mijn zusje besparen, dus koos ik voor een euthanasietraject. Daarvoor moest ik opnieuw in een psychiatrische kliniek worden opgenomen. En ergens had ik toch nog de hoop dat ik niet zou hoeven sterven, dat mijn leven met deze laatste opname beter zou worden – euthanasie was plan C. Maar helaas heeft alle hulp niet gewerkt; ik blijf een complex geval.


Nu, twee jaar na mijn besluit om niet verder te willen leven, is mijn aanvraag voor euthanasie goedgekeurd. Ik ben nu mijn eigen afscheid aan het plannen. Binnenkort stopt de dagelijkse strijd om te overleven.

De dood

Het klinkt gek, maar voor mijn eigen gevoel kan ik na mijn dood eindelijk beginnen met ademhalen. Ik hoop op heel veel rust. Tegelijkertijd vind ik het idee van sterven heel moeilijk en heb ik veel vragen. Stel dat de dood niet is waar ik op had gehoopt? Wat als de hemel niet bestaat? Wat als reïncarnatie tóch bestaat en ik weer op deze wereld terechtkom? Wat als mijn zus mijn dood niet aankan? Zij zegt dat ze mijn keuze voor euthanasie accepteert, maar wat als ze eraan onderdoor gaat? Wat ik ook een moeilijk punt vind: wat als iedereen hier op aarde mij vergeet? Wat als mijn zus haar kinderen niet over mij vertelt omdat het haar te veel pijn doet? Ik wil graag geliefd zijn, ik wil dat mensen mij waardevol genoeg vinden om zich mij te herinneren.

Ik heb er weleens over nagedacht: wat nu als er over twee jaar een pil is die mij beter maakt? Het antwoord op deze vraag is voor mezelf heel helder: daar kan ik niet op wachten. Eén dag overleven lukt nog, maar als ik ga denken in maanden… Nee, dat red ik niet. Ik ben hier nog omdat ik het voor mijn nabestaanden moeilijk vind dat ze afscheid van mij moeten nemen. En zo ben ik steeds aan het denken: in augustus pas ik normaal gesproken op iemands hond, moet ik daar dan nog op wachten, zodat ik dat nog kan doen? Zo is er altijd wat; ik wil niemand teleurstellen. “Kies je eigen dag”, zegt mijn zusje, “het is jouw moment.” Maar het idee dat ik mijn nabestaanden mijn sterfdatum moet geven, bezorgt me heel veel stress. Vroeger geloofde ik dat niemand van mij hield, nu heb ik een groep van zo’n vijftien mensen om me heen van wie ik weet dat ze pijn gaan hebben van mijn dood. Ik wil graag een afscheidsmoment geven, een soort teambuildingsdag met al deze lieve mensen. Dat moment komt steeds dichterbij.

Boodschap aan de wereld
Ik zou aan de wereld willen meegeven dat je je ogen niet moet sluiten voor kindermisbruik. Twijfel je, bespreek het dan met iemand anders dan de ouders van het kind in kwestie. Veel van mijn familieleden zeggen nu, apart van elkaar, dat ze dingen vreemd hebben gevonden aan onze thuissituatie. Maar niemand sprak er destijds met de ander over; ze hebben nooit samen de puzzel gelegd. Daardoor konden de verwaarlozing, de mishandeling en het misbruik blijven bestaan. Had het maar gedaan, denk ik nu, had er maar samen over gesproken. Dat had me zoveel ellende kunnen besparen. Misschien had ik dan nu niet de keuze voor euthanasie hoeven maken.’

 

 

Denk jij wel eens aan zelfdoding? Bel dan: 0800-0113 of chat via 113.nl. Kijk voor meer informatie op www.113.nl.

Gedicht van Evelyn

Tranen stromen over mijn wangen,
wanneer ik mijn spiegelbeeld,
vertel hoe ik me voel.

De enige die luistert
zonder te oordelen.
De enige die luistert
zonder te kwetsen.
De enige die luistert
zonder te verraden.

De tranen maken een spoor
op mijn gezicht
één simpele zwaai, en ze zijn weg.

Was dat ook maar zo met mijn hart
dat het uitschreeuwt.
Één simpele zwaai, en al mijn pijn was weg.

 

Evelyn schrijft gedichten over haar ervaringen. Die zijn te lezen via www.gedichtenfreaks.nl onder de naam Ceara.

Heb jij hulp nodig?

Heb jij ook een nare seksuele ervaring meegemaakt en heb je hulp of advies nodig? Neem dan contact op met het Centrum Seksueel Geweld. Het maakt niet uit of het nu kort of lang(er) geleden is gebeurd. Ook als de ervaring online was, kun je bij ons terecht. Wij zijn er voor jou!